In den nacht vloog, met de snelheid van een bliksemstraal, door middel van al de telegraafdraden der Aarde, het navolgend bericht van de sterrenwacht op het Rotsgebergte.
Long’s Piek 12 December.
Aan de Sterrenwacht te Cambridge.
»Het projectiel, afgeschoten door de Columbiad op Stone’s Hill, is den 12den December, ’s avonds te 8 uur 47 min. gezien bij het laatste kwartier der maan.
»Het projectiel heeft de maan niet bereikt; het is er nabij gekomen, nabij genoeg om onder de aantrekkingskracht der maan te geraken.
»De rechtlijnige beweging is veranderd in een kringvormige, [107]zoodat het projectiel een elliptische baan om de Maan beschrijft en een wachter is geworden van den wachter der Aarde.
»De elementen van dit nieuwe hemellichaam kunnen nog niet worden opgegeven. Men kent noch zijn snelheid in de loopbaan, noch die van de aswenteling. De afstand van de oppervlakte der Maan kan voorloopig op 4,500 mijlen worden geschat.
»Twee onderstellingen kunnen zich voordoen en een verandering in den staat van zaken veroorzaken:
»òf, de aantrekking der Maan zal de omwentelingssnelheid overwinnen, zoodat het projectiel toch op de Maan nederkomt.
»òf, het projectiel zal tot aan het einde der eeuwen rondom de Maan blijven zweven.
»De waarnemingen zullen dit eenmaal uitwijzen, maar tot hiertoe heeft de onderneming der Gun-club niets uitgewerkt dan ons zonnestelsel met een nieuw hemellichaam ter verrijken.
J. Belfast.”
Tal van vragen vloeiden voort uit dit onverwacht bericht; tal van geheimen werden aan de wetenschap ter ontraadseling voorgelegd. Zoo zou dan, dank zij den moed en de zelfopoffering van drie mannen, deze onderneming: een projectiel naar de maan af te schieten,—en hoe weinig beteekende dat!—tot onberekenbare gevolgen leiden. De reizigers, in den nieuwen wachter opgesloten, mochten dan hun doel niet bereikt hebben,—zij draaiden om de nachtvorstin, zoodat deze haar verborgenheden voor ’t eerst aan aardbewoners zou onthullen. De namen van Nicholl, Barbicane en Michel Ardan zouden dus voor altijd beroemd worden in de jaarboeken der sterrenkunde; want terwijl deze waaghalzen den kring der menschelijke kundigheden hadden willen verwijden, waren zij zelven in een kring van sterrenkundige beweging verplaatst.
Hoe het zij, het bericht van den directeur Belfast bracht door de geheele beschaafde wereld een indruk teweeg van verbazing en schrik. Zou men die moedige mannen te hulp kunnen komen? Neen voorzeker, want zij hadden zich begeven buiten de grenzen, aan wezens der Aarde gesteld. Luchtverversching hadden zij voor twee maanden, levensmiddelen voor een jaar. Maar dan?... De ongevoeligste harten klopten angstig bij deze vraag.
Eén man was er, die de zaak niet als hopeloos beschouwde—de secretaris Maston.
Hij verloor hen niet uit het oog. Hij verliet den kijker der Gun-club niet. Zoodra de Maan boven de kimmen kwam, was hij op zijn post, onophoudelijk turende naar de zilveren schijf, op of nabij welke hij het voorwerp hoopte te zien, dat zijn drie vrienden bevatte, en tot ieder, die het hooren wilde, uitte hij de hoop, dat [108]de tijd eerlang zou aanbreken, waarop hij en zij elkander tijding konden toezenden. »Wetenschap en Kunst staat hun,” zei hij, »ten dienste, en daarmede kan men doen wat men wil. Gij zult eens zien hoe zij er zich uitredden.”
[Inhoud]