De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 1 van 2 (Dutch) Chapter 40

Het was den volgenden dag een vastendag; ik kocht goede vette kippen, konijnen, patrijzen en ander wild; daar de tooneelspelers niet bijster tevreden zijn over de houding van de kerk te hunnen opzichte, komen zij ook weinig hare geboden na. Ik bracht meer vleesch thuis dan een dozijn menschen de drie dagen van het carnaval noodig hebben. De keukenmeid had er een werkje aan! Terwijl deze het diner gereed maakte, stond Arsenia op en bleef tot den middag met haar toilet bezig. Daarop kwamen de heeren Rosimiro en Ricardo, beiden tooneelspelers. Vervolgens kwamen twee actrices, Constance en Célinaura, en een oogenblik later verscheen Florimonde vergezeld van een man, die er als een ridder uitzag. Hoewel hij goed gekleed was, vond ik toch dadelijk wat vreemds aan hem. “Dat moet een origineel zijn,” dacht ik bij mijzelf. Ik vergiste mij niet, het was een zonderling. Zoodra hij binnenkwam, liep hij met open armen op de acteurs en actrices toe en omhelsde hen beurtelings, nog overdrevener dan een saletjonker. Ik vroeg Laura wie dat was. “Ik vergeef je nieuwsgierigheid,” zeide zij. “Hij is eerstens tooneelspeler geweest. Hebt gij zijn zwarte haren gezien? Zij zijn geverfd evenals zijn wenkbrauwen en zijn snor. Hij is ouder dan Latwinus; daar zijn ouders bij zijn geboorte echter vergeten hebben hem te doen inschrijven, kan hij zich voor minstens twintig jaar jonger uitgeven. Bovendien is hij het verwaandste personage van Spanje. In den grond is hij een stommeling; maar om een geleerde [239]te worden, heeft hij een meester genomen die hem grieksch en latijn heeft leeren spellen. Bovendien kent hij een onnoemelijk getal goede verhalen uit zijn hoofd, die hij zoo dikwijls heeft laten doorgaan voor zijn eigen schepping, dat hij zich is gaan verbeelden, dat zij werkelijk van hem zijn. Hij vlecht ze in het gesprek en men kan zeggen dat zijn geest schittert op kosten van zijn geheugen. Overigens zegt men, dat hij een groot acteur is. Ik wil het gaarne gelooven en moet je overigens bekennen dat hij mij niet bevalt.”

Hij was een goed prater en daar de acteurs en actrices niet gekomen waren om te zwijgen, bleven zij ook niet stom. “Hebt ge al gehoord, waarde dames, van den nieuwen streek van Cesario, onzen waarden ambtgenoot?” vroeg Rosimiro. “Hij heeft vanmorgen zijden kousen, linten en kant gekocht, die hij zich bij de repetitie heeft laten brengen door een kleine page, als komende van een gravin.” “Welk een schelm,” zeide de heer de La Ventoleria, fattig lachende. “In mijn tijd was men beter te vertrouwen; wij dachten er niet aan zulke fabeltjes te verzinnen. Het is waar, dat de vrouwen uit den hoogen stand ons de moeite bespaarden ze uit te moeten denken. Zij van haar kant zorgden daar wel voor.” “Parbleu!” zeide Ricardo op den zelfden toon, “zij zijn nog zoo, en als ik daar meer van mocht vertellen.... Maar men moet over zulke avonturen zwijgen, vooral als er personen van zekeren rang in gemengd zijn.”

“Mijne heeren,” zei Florimonde, “laat in hemelsnaam uw fortuintjes rusten; de geheele wereld weet daarvan. Laat ons liever over Isménie spreken. Men zegt, dat dat heerschap, die zooveel kosten voor haar gemaakt heeft, haar ontsnapt is.”—“Ja waarlijk,” riep Constance uit, “en ik kan u ook nog zeggen, dat zij bovendien een koopman verloren heeft, dien zij ongetwijfeld had kunnen ruineeren. Ik weet hoe het in elkaar zit. Haar factotum heeft aan den heer een briefje gebracht, dat voor den koopman was bestemd en aan den koopman het briefje [240]van een edelman.”—“Dat zijn groote verliezen, lieve,” zei Florimonde. “Och, wat die edelman betreft, beteekent het niet veel,” hernam Constance, “hij had bijna al zijn goed al verbrast; maar de koopman begon pas. Hij is nog in handen van geen enkele cocotte geweest en dat is een betreurenswaard verlies.”

Zoo praatten zij voort tot het diner en aan tafel ging het gesprek over dezelfde onderwerpen. Maar laat ik u nog vertellen hoe een arme duivel van een schrijver, die tegen het einde van den maaltijd kwam, door Arsenia werd ontvangen.

De kleine lakei kwam luide aan zijn meesteres zeggen: “Mevrouw, een man met een vuilen boord” tot zijn hals met modder bespat en die er als een dichter uitziet, wil u spreken.” “Laat hem binnenkomen,” antwoordde Arsenia. “Mijne heeren, laat ons kalm zijn; het is een schrijver.” Werkelijk was het er een, van wien een stuk was aangenomen en die Arsenia haar rol kwam brengen. Hij heette Pédro de Marga. Bij het binnenkomen maakte hij vijf of zes diepe buigingen voor het gezelschap, dat hem niet eens terug groette. Verlegen bevend kwam hij nader. Hij liet zijn handschoenen en zijn hoed vallen, raapte ze op en ging naar mijn meesteres, en terwijl hij haar met den meesten eerbied een papier aanbood, zeide hij: “Mevrouw, ik smeek u, u te verwaardigen de rol te aanvaarden, die ik de vrijheid neem u aan te bieden.” Koud en verachtend nam zij hem aan en gaf hem zelfs niet eens een antwoord op zijn compliment.

Dat ontmoedigde onzen schrijver echter niet, die gebruik maakte van de gelegenheid om ook Rosimiro en Florimonde te complimenteeren, die er wat meer acht op sloegen. Hij ging daarop heen zonder iets te zeggen, maar naar het mij scheen diep getroffen door deze ontvangst. Ik geloof, dat hij in zijn verbittering niet naliet de tooneelspelers te vervloeken, zooals zij verdienden en de tooneelspelers van hun kant, begonnen met weinig eerbied over de schrijvers te spreken. [241]

[Inhoud]

NovelSmooth

Over 10,000 web novels across every genre, from heart-racing romance to epic fantasy. All free to read online, updated daily.

Genres

© 2026 Novelsmooth. All rights reserved.