De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 1 van 2 (Dutch) Chapter 44

Korten tijd na dit avontuur werd don Vincent ziek. Zelfs wanneer hij niet reeds op vergevorderden leeftijd was geweest, waren de ziekteverschijnselen toch al zoo hevig, dat een noodlottigen afloop was te vreezen. Men liet de beroemdste doktoren uit Madrid komen. De een heette dokter Andros, en de andere dokter Oguetos. Zij onderzochten den zieke en waren beide het er over eens, dat de gal ontstoken was; maar dat was ook het eenige waarover zij het eens waren. De een wilde, dat men den zieke van dit oogenblik af liet purgeeren en de ander was van meening, dat met purgeeren moest worden gewacht.“Het is noodig,” zei Andros, “te purgeeren voordat de gal eenig deel aantast.” Oguetos hield daarentegen staande, dat we moesten wachten tot de gal rijp was alvorens een purgeermiddel aan te wenden. “Maar uwe methode,” zei de ander, “is regelrecht in strijd met die van den prins der geneeskunde. Hippocrates beveelt aan bij de hevigste koortsen steeds te purgeeren en zegt dat purgeeren noodig is wanneer de gal “en orgasme” is, dat wil zeggen ontstoken.”—“O daarin bedriegt gij u,” antwoordde Oguetos. “Hippocrates verstaat niet onder het woord “orgasme” eene ontsteking, meer veeleer een vloeiing.”

Daarover begonnen onze dokters zich op te winden. De een haalde den griekschen tekst aan en noemde verscheidene schrijvers, die zijne meening waren toegedaan; de ander, op een latijnsche vertaling bouwend, sprak met [258]nog grooter overtuiging. Wie te gelooven? Don Vincent wist het niet en daar hij een keus moest doen, gaf hij het vertrouwen aan hem, die de meeste zieken had behandeld, dat wil zeggen aan den oudste. Woedend trok Andros zich terug niet zonder tegenover zijn ouderen collega eenige spottende opmerkingen te maken over het orgasme. Oguetos had dus gezegevierd en de methode van dokter Sangrado toegedaan, begon hij met den zieke overvloedig ader te laten, liet daarna wachten met purgeeren tot de gal rijp was, doch de dood, welke ongetwijfeld vreesde, dat eene purgatie met zooveel zorg voorbereid, hem zijn prooi zou ontnemen, rukte mijn meester weg. Aldus was het einde van Seigneur don Vincent, die het leven verloor, omdat zijn geneesheer geen grieksch kende.

Na haar vader waardig te hebben begraven, nam Aurora het bestuur van zijne goederen over, ontsloeg eenige bedienden en trok zich terug op een kasteel aan de oevers van de Taag, tusschen Sacedon en Bicendia. Mij hield ze en ik volgde haar naar buiten. Ondanks het juiste verslag, dat ik haar gegeven had over don Louis, beminde zij nog steeds dezen jongen edelman of liever kon haar liefde niet overwinnen, en gaf zich er geheel aan over. “Gil Blas,” zei ze eens zuchtend, “ik kan don Louis niet vergeten; welke moeite ik ook doe om hem uit mijne gedachten te verbannen, komt hij er steeds in terug, niet zooals gij hem mij hebt geschilderd, maar zooals ik zou willen dat hij was, teeder, verliefd en soliede. Uwe hulp, waarde Gil Blas, heb ik dan ook meer noodig dan ooit. Ik moet je een plan ontvouwen, dat ge zeer zonderling zult vinden. Weet, dat ik zoo spoedig mogelijk naar Salamanca wil vertrekken. Daar ga ik mij als edelman verkleeden en onder den naam van don Felix kennis maken met Pacheco; ik zal trachten zijn vertrouwen en vriendschap te winnen en hem dikwijls spreken over mijn nicht Aurora de Guzmann. Misschien wenscht hij haar dan wel te zien. Wij zullen twee woningen hebben te Salamanca. [259]In de eene ben ik don Felix, in de andere Aurora en nu eens als man verkleed, dan weer in mijne gewone kleeding, vlei ik mij hem te brengen, waar ik hem hebben wil. Ik erken gaarne, dat mijn plan zonderling is; maar mijn liefde brengt mij er toe.”

Het plan van Aurora scheen mij onzinnig toe. Maar hoe onredelijk ik het ook mocht vinden, wachtte ik mij wel haar daarop te wijzen. Integendeel begon ik de pil te vergulden en ik wist te bewijzen, dat dit dwaze plan slechts een aangenaam, ongevaarlijk spelletje was. Ik weet niet meer wat ik zooal zeide; maar zij was ’t met mij eens; verliefde menschen zijn erg gemakkelijk wanneer men hunne dolzinnige verbeelding slechts vleit. Wij beschouwden dus deze gewaagde onderneming slechts als eene comedie, waarvan alleen de opvoering goed verzorgd moest worden. Wij kozen onze acteurs onder de bedienden en verdeelden vervolgens de rollen, wat zonder getwist of krakeel geschiedde, omdat wij geen beroepsacteurs waren. Besloten werd, dat juffrouw Ortiz de tante van Aurora zou zijn onder den naam van dona Kimena de Guzmann, dat men haar een bediende en een dienstmeisje zou geven; en dat Aurora, als edelman, mij tot kamerdienaar zou hebben en een der dienstmaagden, verkleed als page, om haar ter zijde te staan als kamenier. Na aldus alles geregeld te hebben, keerden wij naar Madrid terug, waar wij vernamen, dat don Louis er nog was, maar weldra naar Salamanca zou vertrekken. Wij laadden alle noodige kleeren in de diligence, mijne meesteres liet het toezicht op haar huis over aan haar zaakgelastigde en vervolgens vertrokken allen, die een rol in dit stuk hadden te spelen, met haar naar Salamanca. Wij waren reeds oud Castilië doorgereden, toen de as van onze karos brak. Het was tusschen Aula en Villaflor op 300 of 400 pas van een kasteel, dat aan den voet van een berg lag. Het werd nacht en wij zaten leelijk verlegen; gelukkig kwam er een boer voorbij, die ons uit de moeilijkheid redde. Hij vertelde ons, dat het kasteel [260]vóór ons behoorde aan dona Elvira, weduwe van don Pedro de Pinares, en hij vertelde zooveel goeds van deze dame, dat mijne meesteres mij vooruit zond om nachtverblijf. Elvira logenstrafte het verhaal van den boer niet; weliswaar kwijtte ik mij van mijn opdracht op eene wijze, die haar zou hebben bewogen ons te ontvangen, zelfs wanneer zij niet de beleefdheid in eigen persoon ware geweest. Wij waren weldra op het kasteel, waar de weduwe van don Pedro ons aan de deur opwachtte. Ik zal de beleefdheidsfrasen, die gewisseld werden, stilzwijgend voorbijgaan. Alleen dient gezegd, dat Elvira eene oude dame was, die uitstekend de plichten der gastvrijheid verstond. Zij geleidde Aurora naar een prachtig appartement en wijdde haar aandacht daarna aan alles wat ons betrof. Toen het souper gereed was, liet zij in de kamer van Aurora opdienen, waar beiden aan tafel gingen. De weduwe van don Pedro was niet een dier personen, welke een maaltijd oneer aandoen door er droomerig of verdrietig bij te zitten. Zij was opgeruimd en wist uitstekend het gesprek gaande te houden. Zij wist zich uitstekend uit te drukken, ik bewonderde haar geestigheid en schoonen vorm, welken zij aan haar gedachten gaf. Aurora scheen er evenzeer door bekoord als ik. Zij sloten vriendschap en beloofden elkaar te zullen schrijven. Daar onze karos eerst den volgenden dag gerepareerd kon worden, zouden wij zoolang op het kasteel blijven. Wij werden op onze beurt onthaald en wij sliepen niet minder goed dan wij gedineerd hadden. Den volgenden dag vond mijne meesteres nieuwe aantrekkelijkheid in den omgang met Elvira. Zij dineerden in een groote zaal, waar verscheidene schilderijen hingen. Er was er een, waarvan de figuren uitstekend waren geteekend, maar het geheel bood een treurigen aanblik. Een doode edelman, achterover liggende, badende in zijn bloed, was erop geschilderd, tot in den dood was zijn blik nog dreigend. Naast hem op den grond lag een jonge dame in een andere houding met een degen in de borst te sterven, terwijl [261]zij haar blik gevestigd hield op een jongen man, die doodelijk bedroefd scheen haar te moeten verliezen. De schilder had de schilderij verder voltooid met een persoon, welke mijn aandacht niet ontging. Het was een grijsaard met schoon gelaat, die diep geroerd over hetgeen hij zag, niet minder getroffen scheen dan de jonge man. De zielsbedroefde grijsaard scheen overstelpt van smart, terwijl bij den jongen man woede en droefheid om den voorrang streden. Alles was met zooveel nauwkeurigheid en vol uitdrukking geschilderd, dat wij niet konden nalaten er steeds naar te kijken. Op de vraag van mijne meesteres zei Elvira, dat deze schilderij eene trouwe voorstelling was van de ongelukken in hare familie. Het antwoord maakte de nieuwsgierigheid van Aurora gaande en de weduwe van don Pedro beloofde deze te bevredigen. Ortiz, haar beide kameraden en ik bleven op onze beurt ook na afloop van den maaltijd talmen. Onze meesteres wilde ons wegzenden, maar Elvira, die wel zag hoe wij van nieuwsgierigheid brandden, liet ons blijven, zeggende, dat de geschiedenis geen geheim was. Een oogenblik daarna begon zij aldus: [262]

[Inhoud]

NovelSmooth

Over 10,000 web novels across every genre, from heart-racing romance to epic fantasy. All free to read online, updated daily.

Genres

© 2026 Novelsmooth. All rights reserved.