De Reis naar de Maan in 28 dagen en 12 uren (Dutch) Chapter 36

»Hebt gij ooit de Maan gezien?” vroeg eens een leermeester schertsend aan een zijner leerlingen.

De gevatte leerling antwoordde, »neen mijnheer, maar ik heb wel eens van haar hooren spreken.”

In zekeren zin zou het snedig antwoord van dien leerling door de meeste aardbewoners kunnen gegeven worden. Terwijl op de Aarde en op de planeet Mars de groote vastelanden op het noordelijk halfrond liggen, is dit bij de maan op het zuidelijke ’t geval. Die vaste landen zijn niet zoo scherp en regelmatig begrensd als met Zuid-Amerika, Afrika en het Indisch schiereiland het geval is. De hoekige, bochtige, grillige lijnen vertoonen tal van schiereilanden, kapen, golven en baaien, zooals de Oostzee vertoont. Indien op de maan ook scheepvaart heeft plaats gehad, moest zij zeer moeielijk en gevaarlijk zijn en de varenslieden en aardrijkskundigen op dat hemellichaam waren zeer te beklagen: de eersten indien zij op zulke gevaarlijke kusten verzeilden, de laatsten indien zij ze moesten afteekenen of beschrijven.

Op de maanschijf is het naar de zuidpool veel vlakker dan naar de noordpool. Op de noordelijke helft der Maan vindt men slechts een kleine strook lands, en de overige vastelanden gescheiden door uitgestrekte zeeën1. Naar het zuiden bestaat bijna het geheele halfrond in vast land. Het is dus mogelijk, dat de maanbewoners hunne vlag reeds hebben geplant op een hunner polen, terwijl op den aardbol een Ross, een Franklin, een Kane, een Dumon d’Urville en een Lambert dat punt nog niet hebben kunnen bereiken. [164]

Eilanden vindt men op de oppervlakte der Maan in menigte. Bijna allen zijn langwerpig of geheel rond; zij vormen een uitgestrekte groep, die doet denken aan den archipel tusschen Griekenland en Klein-Azië, het tooneel der meeste verhalen uit de Grieksch-Romeinsche mythologie. Onwillekeurig plaatst men zich de namen Taxos, Tenedos, Milo, Karpathos voor den geest en zoekt met het oog het schip Argo der belegeraars van Troje of het vaartuig waarin Ulysses zijn tochten aanving.

Deze gedachten rezen althans op bij Michel Ardan. ’t Was een Grieksche Archipel dien hij op de maankaart aanschouwde. In de oogen zijner meer prozaïsche reisgenooten deden deze kusten veeleer denken aan Nieuw-Brunswijk en Nieuw-Schotland, en daar waar de Franschman de helden vond der aloude fabelleer, zochten de Amerikanen naar geschikte punten tot het vestigen van kantoren en factorijen ten behoeve van den handel met de maanbewoners.

Nog een paar woorden over het voorkomen van de vastelanden der Maan. Men onderscheidt er zeer gemakkelijk bergketenen, afzonderlijke bergen, ringgebergten en rillen. Hiermede is de geheele ons bekende maanoppervlakte aangeduid. Het is een bol vol hoogten en diepten, scheuren, kloven en bulten, een onmetelijk Zwitserland, een tweede Noorwegen, waar alles omgewoeld is door vulkanische werkingen. De geheele maanoppervlakte, ten minste de naar ons toegekeerde zijde, moet in den tijd der wording van dat hemellichaam blootgestaan hebben aan allerlei uitbarstingen, openscheuringen der korst, inzakkingen van den bodem en opheffingen der vlakten. Volgens de opmerkingen van sommige sterrenkundigen is haar oppervlakte, schoon ouder dan die der Aarde, jeugdiger gebleven. Men vindt daar geen wateren, die de oorspronkelijke oneffenheden van den bodem van lieverlede afschuiven en één vlakte doen ontstaan; geen lucht, die haren invloed uitoefent op het voorkomen der landstreek. De werking van het vuur wordt er niet belemmerd of gewijzigd door die van het water; zij bestaat er dus nog in haar oorspronkelijke zuiverheid. Het is er de Aarde, zooals zij was eer stroomen en vloeden haar hadden omkorst met vlakke lagen.

Wanneer het oog heeft geweid over die uitgestrekte vastelanden, rust het op zeeën die nog uitgestrekter zijn. Hare gedaante, ligging en voorkomen herinneren niet slechts aan de oceanen der aarde, maar ook de uitgestrekte plaats die zij beslaan. En toch zijn het geen vloeibare spiegels, maar vaste oppervlakten, welker ware natuur de reizigers eerlang hoopten te leeren kennen.

werd de arbeid aangevangen. Bladz. 167.

werd de arbeid aangevangen. Bladz. 167.

De latere sterrenkundigen hebben aan die zoogenaamde zeeën de grillige namen ontnomen die zij plachten te dragen. De zoogenoemde »Nevelenzee” (mare nebularum) is een uitgestrekte vlakte, bezaaid [165]met eenige ringbergen; zij beslaat een groot gedeelte van het zuiderhalfrond. De »Stormen-oceaan” (oceanus procellarum) is de uitgestrektste der geheele naar ons toegekeerde maanzijde: zij ligt [166]op het noorderhalfrond en binnen haar grenzen verheffen zich de schitterende bergen, naar Keppler en Aristarchus genoemd.

Meer noordelijk van de »Nevelenzee” door hooge bergketenen gescheiden, trekt zich de »Regenzee” (mare imbrium) uit; zij is bijna rond van gedaante. Niet ver van haar ziet men de kleinere »Vochtenzee” (mare humorum). De zeeën liggen op dat halfrond der Maan, hetwelk Michel Ardan het »mannelijke” geliefde te noemen.

Het door hem als »vrouwelijk” aangeduide heeft talrijker, maar kleinere »zeeën”. Naar het noorden de »Koude zee” (mare frigoris); voorts de »Helderheidszee” (mare serenitatis); de »Buitenzee” (mare crisium); de »Stille zee” (mare tranquillitatis); de »Nectarzee” (mare nectaris); de »Vruchtbaarheidszee” (mare foecunditatus); en eindelijk nog een »zee” naar Humbold genoemd (mare Humboldianum); en een naar hare ligging den naam »zuidelijke” dragende (mare australe). Midden op de Maan eindelijk heeft men de »Midden-golf” (sinus medii), die op den evenaar der Maan, als een ruiter op zijn paard, schrijlings gezeten is.

Aldus zagen Nicholl en Barbicane de oppervlakte der Maan; Michel Ardan zag haar met de oogen zijner verbeelding gansch anders. Zij gaven zich de moeite om al die kenbare plaatsen der Maan zoo na mogelijk te meten en dan te berekenen hoeveel er overschoot voor bergen, ringgebergten, rillen, en wat dies meer zij; aan Michel Ardan was dit alles volmaakt onverschillig. Zelfs had hij er nauwelijks ooren naar, toen zijn vrienden hem verhaalden, dat het naar ons toegekeerde halfrond der maan 13½ maal kleiner is dan een halfrond der Aarde, en dat men er toch reeds meer dan 50,000 kraters op heeft geteld. Het is dus een gebobbelde, puimsteenachtige oppervlakte, weinig in overeenstemming met de dichterlijke benamingen van schoone Diana, blonde Phoebe, beminnelijke Isis, liefelijke Astarte, haar door Michel Ardan gegeven.

1 Door »zeeën” verstaan wij in navolging der oudere maanbeschrijvers de uitgestrekte vlakten, welke naar veler meening in vroegere tijden met water zijn bedekt geweest.

[Inhoud]

NovelSmooth

Over 10,000 web novels across every genre, from heart-racing romance to epic fantasy. All free to read online, updated daily.

Genres

© 2026 Novelsmooth. All rights reserved.